Ik wil lezen
Ik wil een verhaal insturen
Ik wil iemand attenderen
Drie generaties Grotestam
Categorie: 19 en ouder - gezin / samen
Uitgegeven op: 24 juli 2010
Geschreven door: C. Felicia

DRIE GENERATIES GROTESTAM

Idelma Grotestam uit Curaçao raakte voor het eerst zwanger op haar veertiende.
Toen haar moeder -die in die tijd zelf ook erg jong was, namelijk 30 jaar- erachter kwam, sprak zij een week lang niet tegen het meisje.
Aan het eind van die week pakte mama een bezem, gaf Idelma er een flink pak slaag mee en hield haar thuis van school. De dochter kreeg te horen dat zij een baantje moest gaan zoeken omdat zij in de nabije toekomst een kind had om op te voeden.
Sindsdien is het zo dat Idelma geen woord zegt wanneer zij boos is of van streek; om dan ineens in vloeken los te barsten of agressief te worden.

Ik ben mentor van de groepen waar Idelma’s kinderen toe behoren. Ze waren tien dagen geleden voor het laatst op school; ik besluit op huisbezoek te gaan.
Het is de tweede keer in vijf maanden dat ik langs kom, een laagterecord. Er zijn tijden dat ik praktisch iedere maand een keer bij de Grotestams op de stoep sta.
Geen enkele school heeft kinderen uit gezinnen als dat van Idelma graag binnen haar muren. Maar het is taboe om zoiets te denken, laat staan hardop te zeggen en rigoureuze maatregelen nemen tegen zulke mensen, ook als de situatie erom schreeuwt, is helemaal uit den boze. Met het excuus dat de kinderen al zoveel moeten missen en dat je als school niet mag discrimineren, wordt het wangedrag van alle partijen met de mantel der liefde bedekt.
Zo heeft Anita, de oudste dochter, het eens gepresteerd de schaar te zetten in de kleren van een medescholier. Een andere keer sloeg Johnny met een honkbalknuppel een deuk in de auto van de conciërge. De leiding vergoedde stilzwijgend alle schade en de twee kinderen hadden een gesprek met de schoolpsycholoog; de moeder werd nergens voor verantwoordelijk gesteld.

Idelma ontvangt mij gezeten op een grote stoel met lage poten, een ontevreden trek om haar mond. Zij heeft alle reden om zich ongelukkig te voelen. Op haar vierentwintigste is zij nu de moeder van vijf jonge kinderen en van de vaders hoeft zij niet op financiële steun te rekenen; althans niet op structurele basis. Allemaal zijn ze bang dat een van haar andere lovers van hun goedgeefsheid zal profiteren.
Met het gevolg dat zij het telkens met een nieuwe vriend probeert in de hoop bij deze een betere behandeling te krijgen. Zij heeft er namelijk geen moeite mee partners te vinden; het probleem is hen aan haar zijde te houden.
Maar haar besluit staat nu vast, zij wil geen enkele man meer. Zij heeft genoeg van mannen; de laatste, nummer zes, heeft zij net de deur uitgezet.
Dit is een van de weinige keren dat ik Idelma iets meer hoor vertellen over haar omstandigheden; in het algemeen is zij tamelijk gesloten.
“Maar waarom dan?”, vraag ik voorzichtig.
“Hij deugt nergens voor, hij hielp me met niks. Hij is naar zijn moeder teruggegaan maar daar willen ze hem ook niet hebben. Het kan me niet schelen, als hij terug komt, bel ik de politie.”
Doordat de kinderen er ditmaal bij aanwezig zijn, verloopt het gesprek jammer genoeg toch nog wel moeizaam; ze zijn rusteloos en luidruchtig en ruziën aan één stuk door.
De moeder die hen al die tijd had genegeerd, springt ineens op, grist een riem van de muur en gaat met zwaaiende armen achter ze aan, al schreeuwend en vloekend.
“Wacht maar, ellendelingen, stelletje beesten die jullie zijn. Hoe kom ik toch aan zulke etters?!”
Het is duidelijk dat de riem speciaal voor dit doel daar aan de muur hangt; een onzachte ordehandhaver.
De kinderen zijn bang en schieten alle kanten op, maar tegelijkertijd lijken ze van de achtervolging te genieten. Ze lachen en maken schijnbewegingen waarbij de meubels goed van pas komen. Dit maakt hun moeder nog bozer.
Zij is behoorlijk dik geworden in de loop der jaren. Het lijkt nu alsof haar lichaam uit twee delen bestaat. Wanneer het bovenste gedeelte met de zware boezem naar links gaat, beweegt het onderste gedeelte met de imposante derrière zich naar rechts en omgekeerd. Het geheel lijkt op een macabere dans; de fragiele kinderen springend en joelend voorop met in hun kielzog de dikke, zigzaggende vrouw.
Tenslotte moet Idelma accepteren dat zij ze niet te pakken zal krijgen.
Zij ploft zwaar hijgend op de lage stoel neer en vervalt weer in haar lethargische houding.
Ogenblikkelijk beginnen de kinderen opnieuw te kibbelen en gestoord gedrag te vertonen.

Waarvoor was ik ook weer gekomen?
“Waarom hebt u ze al die tijd thuis gehouden?”
“Ik zal ze morgen weer naar school sturen.”
“U moet het ons echt laten weten als er wat is.”
“Ik zal ze morgen weer naar school sturen.”
“U weet het, wij zijn er om u te helpen.”
“Ik zal ze morgen weer naar school sturen.”
Wanneer ik naar de auto terugloop, hoor ik dat de dans zich aan het herhalen is; de moeder heeft naar de riem gegrepen en de engeltjes maken zich gauw uit de voeten...

Attendeer iemand op dit verhaal
Reageer op dit verhaal

Reacties


Geert Ruida
Interessant onderwerp, met mededogen beschreven. Als er met een kritische blik geredigeerd wordt, komt het probleem nog sterker over op de lezer. Sommige zinnen kunnen bijvoorbeeld beter achter elkaar dan onder elkaar gezet worden. Dan krijg je alinea's die qua inhoud meer een éénheid zijn. Voorbeeld; 3e alinea; na Allemaal t/m..profiteren, kan de volgende zin er direct achter. Het begin "Met als gevolg" duidt al aan dat het moet volgen op de vorige zin.