Categorie: 19 en ouder - humor
Uitgegeven op: 29 januari 2010
Geschreven door: Louise Martien
“Er is niets op TV.”
“Niets? In de krant stond toch iets over een documentaire?”
“Nee, Gerard, dat bedoel ik niet. Er is echt niets. Op geen enkele post. Er is geen signaal.”
“Oh? Je bent bij het kuisen misschien tegen de kabels gekomen.”
“Maar nee, dat was gisteren. En ’s avonds konden we toch kijken?”
“Ik zal beneden eens gaan zien,” Gerard hijst zich uit zijn zetel en teent naar beneden. Een paar minuten later staat hij terug in de woonkamer waar zijn vrouw nog steeds met de afstandbediening de posten afgaat.
“Nee Annie, daar is niets abnormaal. Het zal de uitzending zijn.”
“Hiernaast is het ook uitgevallen,” Annie wijst met haar hoofd naar het huis van de buren.
“Daarnet zag ik door het zijraam dat ze zaten TV te kijken en nu is er geen lichtschijnsel van het beeldscherm meer.”
“Dan bel ik naar de maatschappij.” Met de hoorn in de hand trekt Gerard een frons tussen zijn ogen, “Dat klinkt raar, … Het is overbezet,” besluit hij.
“Hier, ik hoor het al op de radio,” wuift Annie hem met een breed gebaar van haar arm naar de keuken, “door een staking van de kabelmaatschappij worden de uitzendingen regelmatig onderbroken.”
“Oh, laat dan het toestel maar aan staan. Dan zien we het beeld wel weer opspringen.”
“Wat zullen we dan doen vanavond?”
“Ik lees nog wat,” Gerard neem zijn nieuwe Dan Brown in de hand, “En jij?”
“Pfft. Ik weet niet.” Annie kijkt naar de kristallen luster alsof ze daar inspiratie wil vinden.
“Is uw blad uit?”
“Ja, weet je wat? Ik schrijf wel een brief.” Annie loopt naar de ladekast.
“Dat is een goed idee. Hoe kom je daar eigenlijk bij?”
“Dat deed ik vroeger ook. Ik schreef lange brieven naar mijn nicht. Aha, hier is papier en een goede stylo.” Ze legt de vellen papier op tafel, duwt de zijkanten gelijk, pakt het stapeltje weer op en tikt ze tegen het tafelblad tot alle bladen heel precies en recht op elkaar liggen en blijft ook dan nog naar het papier turen. “Naar wie zal ik schrijven?
“Tja, uw nicht die is dood,” mompelt Gerard.
“Ik zal het adresboekje eens nemen.” In de kast trekt Annie een andere lade open en haalt er een zwart lederen boekje uit. Ze kijkt hoopvol maar na de eerste bladzijden verdwijnt haar lach en vervolgens trekt ze een bedenkelijk gezicht. “Veel familie hebben we niet, hé. En uw oud-collega’s daar kan ik moeilijk naar schrijven. En de glazenwasser, de hoveniers, de schilders, dat zijn allemaal firma’s.” Ze klapt het boekje dicht. “Ik zou naar onze Ben kunnen schrijven.”
“Naar mijn neef? Van onze Frans? Wat ga je dan schrijven?”
Annie trekt haar mondhoeken naar beneden en schudt haar hoofd. “Ik weet niet. Ik zou hem eindelijk eens iets kunnen zeggen over het testament. We wilden het hem toch zeggen voor dat we … ik bedoel nu we nog beide …”
“Ja, drie jaar geleden hebben we beslist het hem te zeggen wanneer we hem zien! Maar hij stuurt alleen met kerstmis een kaart en verder horen we niets van hem.” Gerard roept het Annie toe vanachter zijn boek.
“Hij heeft het druk zeker, zoals al die jonge mensen.”
Het boek zakt naar Gerards knieën. Hij kijkt haar indringend aan alsof hij een belangrijke ingeving gekregen heeft. “Weet je wat? Bel hem eens.”
“Bellen? En ik wou hem juist schrijven?” Annie wordt niet graag van haar voornemens afgehouden maar Gerard dringt aan. “Ja, om te horen wat voor iemand hij geworden is.”
“Wat zou hij doen van beroep?” houdt Annie de boot af
“De laatste keer dacht hij eraan om politieschool te volgen. “
Annie perst haar lippen samen. “Och, zou hij dat gedaan hebben? Daar zit toch veel gevaar in.”
“Dat zijn berekende risico’s, Annie. En die mannen worden ervoor getraind.” Gerard duikt terug in zijn boek.
“Wel, ik ben blij dat jij in de verkoop zat. Dan was ik tenminste gerust.”
Achter het boek klinkt gemompel en dan luider: “Bel hem en vraag het hem.”
“Vooruit dan.” Annie pakt de draadloze telefoon en begint de nummers in te toetsen die ze uit het boekje afleest. Dan luistert ze en wacht. “Nee, hij neemt niet op.” Ze kijkt haar man aan. “Ik heb ook een gsm-nummer.”
“Ja, probeer dat dan eens, hé mens.”
“Gerard toch!”
“Treuzel toch zo niet. Neem eens initiatief.”
Verongelijkt begint Annie opnieuw nummers in te toetsen. Dan verzacht haar gezicht. “Hallo, Ben? Hier tante Annie. Ik bel eens om te horen hoe het met u gaat. Het is zo …” Ze zwijgt en begint dan opnieuw, luider nu. “Het is tante Annie, dat is daar zo’n lawaai bij u?” Ze beweegt haar hoofd heen en weer. “Nee, nee, met ons is alles goed. En met u? Zijn dat honden dat ik hoor? Aha, van een kennel. Wat zeg je? Ja, bel maar eens terug als je weer thuis bent.”
“Geen tijd?”
“Hij stond klaar om te vertrekken. Wat was dat met al die honden zeg? Ik hoorde er verschillende blaffen.”
“Zoveel? Heeft hij een dierenpension misschien?” Gerard kijkt geïnteresseerd.
“Dat heeft hij niet gezegd.“
“Klonk hij vriendelijk?”
“Dat wel. Heel vriendelijk zelfs, maar wel wat gejaagd.”
“Maar hij heeft beloofd terug te bellen? Misschien kan je hem dan eens uitnodigen?”
Annie kijkt bedenkelijk. “Ik zat zo te denken. Stel dat we het hem zeggen van dat testament. En dan met al die honden …?”
Gerard kijkt haar niet-begrijpend aan.
“Wel, wat ik bedoel, waar gaan ons centen dan naartoe? Naar hondenhokken en brokken? Een 4x4 vol haar? Leren zetels met kwijl op?”
“Maar mens, overdrijf toch niet zo!” schiet Gerard uit zijn slof. Hij staat recht om de rolluiken te laten zakken. Op de vensterbank van de buren hangen stijf bevroren viooltjes met hun kop naar beneden in de plantenbakken. De zon krijgt die volgende dagen er wel weer bovenop. Kon hij zijn dromen ook maar zo tot leven wekken. Heel zijn leven heeft hij zwijgzaam gedaan wat zij van hem verwachtte. Zijn dromen van een avontuurlijker leven had hij opzij gezet. Annie was tot zijn spijt ongevoelig gebleken voor die verlangens. De begeleide verre reizen hadden zijn behoeften niet kunnen invullen. De grotere wagens ook niet. Hij had zo graag iets willen doen dat betekenis heeft. Iets dat verschil maakt. De rolluik knalt tegen de onderlat.
“Gerard! Voorzichtig toch. Denk aan de verf.”
Zie haar zitten. Ze hangt aan hem als die mezen aan de vetbollen bij de buren. Maar ja, hij is een softie die altijd graag beesten heeft gezien. Niet dat hij ze mee in huis mocht brengen.
“… een team met speurhonden maakt zich klaar om naar het door de aardbeving getroffen gebied te vertrekken …” Het geluid van de televisie vult plots de kamer. Beelden van de recente ramp vangen hun blik.
“Er is terug beeld. Het nieuws.” Plots wijst Annie opgewonden naar het scherm. “Daar die tweede. Is dat onze Ben niet?”
Gerard barst in een lach uit en buldert: “De sloeber! Hij vertrekt met die honden naar Haïti. Maar dat is knap!”
“Die jongen toch. Als de Frans dat zou weten. Hij zou doodongerust zijn. En hij zou me terugbellen.”
“Onze Frans is allang dood.” Gerard plakt tegen het scherm in de hoop op nog een glimp van zijn neef.
“Ik bedoel dat Ben me straks zou terugbellen.”
“Als hij terug is, zei hij, hé Annie. Man, man, die zal verhalen kunnen vertellen.”
“Er is toch gevaar voor naschokken. En dan die infecties. Hij moet het toch ook niet gaan zoeken, hé? Er is geen zuiver water meer zeggen ze,” somt Annie op uit haar ingebouwde catalogus van mogelijke gevaren.
“Hier het noodnummer. Een rekening om op te storten.” Gerard veert recht en springt naar de tafel. Hij grabbelt de stylo en het papier vast en onder ‘Beste Ben’ krabbelt hij snel het rekeningnummer.
“Ga je geld storten? Zou dat aftrekbaar zijn?”
“Als onze Ben dat doet, wil ik niet achterblijven. En die schenking in het testament gaat door. En dit hier ook …” Uit zijn broekzak haalt Gerard zijn portefeuille. Hij klapt hem open en vist er een opgevouwen folder uit, wit en dun geworden aan de randen. Trillend duwt hij die in haar handen.
Annie leest aarzelend: “Gezocht: pleeggezin voor puppy?” Ze werpt een blik op het gespannen gezicht naast haar. “Adopteer een puppy tot hij aan zijn opleiding als blindegeleidehond begint? Wat betekent dit? Toch geen hond in huis?”
“Ik laat hem uit en ga ermee naar de hondenschool. En geen discussie: zijn mand komt in de veranda!”
Reacties
Er zijn nog geen reacties op dit verhaal.








